Programma

Meet: Ada Ozdogan “Ik heb een fascinatie voor het absurde”

za. 30 maart 2019

Hoe kom jij op het toneel?
Vroeger wou ik altijd filmregisseur worden. Mijn moeder, die zelf film- en programmamaker was, adviseerde mij om acteerlessen te nemen, zodat ik dan later acteurs beter zou kunnen regisseren. Toen ben ik op mijn zestiende begonnen bij Jong Rast waar ik ineens een liefde voor spelen ontwikkelde. Ik stroomde door naar ITS DNA (Internationale Theater Scholing De Nieuw Amsterdam) maar mijn spelontwikkeling stagneerde en mijn liefde voor maken groeide weer terug. Op DNA kregen we namelijk niet alleen spel lessen maar ook o.a. mime, performance en regie en je wordt voorbereid op auditeren voor de toneelscholen. Tijdens mijn audities op de Toneelacademie in Maastricht vonden de docenten dat ik het beste paste bij de regieaudities en zo ben ik uiteindelijk theaterregisseur geworden in plaats van filmregisseur en dat klopt fokking goed. Film is wel mijn grootste inspiratiebron voor het maken van mijn voorstellingen.

Kun je uitleggen wat regisseren eigenlijk is?
Regisseren is mierenneuken, heel veel mierenneuken. Niet alleen artistiek inhoudelijk, maar ook op organisatorisch gebied komt er veel bij het vak kijken.

Wat doe je als je een idee hebt voor een voorstelling?
Als ik een idee heb voor een voorstelling ga ik materiaal verzamelen wat zou kunnen passen bij het thema of onderwerp van het stuk. Dat doe ik door ontzettend veel te jatten van kunstenaars, filmregisseurs, modeontwerpers, filosofen en schrijvers. Zo heb ik veel bronnen tot mijn beschikking en daar kan ik dan uit putten tijdens het ontwikkelen van mijn concept en regievisie én tijdens het repetitieproces. Als ik het even niet meer weet dan ben ik bewapend. Mijn werk is altijd een reactie op het werk van andere kunstenaars. De gedachte dat alles al gemaakt of bedacht is, geeft me een groot gevoel van vrijheid. Omdat het gevoel van uniek, origineel en het allerergste: vernieuwend moeten zijn, een vibekill op mijn creatieve proces is. Zo hoef ik alleen nog maar de vetste herhaling ooit te maken.

Absurdisme komt in al je werk terug. Wat heb je daarmee?
Absurdisme betekent eigenlijk dat je uitzoomt op het leven zoals die is. Doordat je naar het grotere plaatje kijkt, zie je de grote boog van het leven en ervaar je een gevoel van zinloosheid. Dat lijkt tragisch maar is eigenlijk heel hoopvol. Je zoomt uit, je kijkt er naar, je ziet dat het zinloos is en daardoor moet je eigenlijk lachen en maakt het allemaal niet zo veel meer uit waardoor je verder kan leven. En voel je geen drama, wat je wel kan ervaren als je inzoomt op het leven en midden in je shit zit. Albert Camus, de grondlegger van het absurdisme is dan ook mijn favoriete filosoof. Dit filosofische gedachtegoed is een rode draad door al mijn voorstellingen. Het is ook het fundament van humor. Daarom vind ik het belangrijk dat er humor in mijn voorstellingen zit. Een lach die uit kan faden naar een pijnlijke moment van herkenning over hoe tragisch het leven is. Maar we kunnen er wel om lachen. Dat vind ik hoop.

Hoe is Dubbelgangers anders dan je eerdere werk De Rode Klauw?
Het verschilt überhaupt al enorm omdat de voorstelling door iemand anders is geschreven. Dubbelgangers is een tekst door Eva Jansen Manenschijn. Eva en ik hebben elkaar jaren geleden ontmoet bij een platform wat bedoelt was om jonge schrijvers aan regisseurs te koppelen, om zo meer nieuwe teksten te laten realiseren in plaats van de eeuwige herhaling van oude klassiekers met weer een nieuw regieconcept er opgeplakt. De stijl van de taal in het stuk is dus al heel anders bij deze voorstelling. Daarnaast had De Rode Klauw een meer sociaal-maatschappelijk en politiek gerelateerde thematiek en is Dubbelgangers een liefdesdrama. Maar qua regievisie, stijl en de inhoud waar dat aan verbonden is blijft in de kern -in hoe ik maak- dus hetzelfde. En dat zal voor mijn toekomstige voorstellingen ook zo blijven. Want ik heb nog veel uit te zoeken binnen mijn fascinaties.

Kun je al iets vertellen over Dubbelgangers?
Ik vind het jammer als een maker al veel uit legt over wat de voorstelling precies wordt of is. Zo haal ik de eigen interpretatie en ervaring weg bij de kijker. Als ik het ga uitleggen dan pretendeer ik dat er één waarheid, één narratief zit in het verhaal. Terwijl dat voor elke kijker bepaald wordt door het specifieke moment waar zij zijn op dat moment in hun leven, op die specifieke avond dat ze komen kijken. Wat ik wel alvast kan weggeven is dat er een overdosis aan melodrama in zit.

Wat maakt het stuk uniek en sterk?
Het hoofdpersonage van de voorstelling Dubbelgangers is een vrouw. We zien de voorstelling vanuit haar perspectief. Dat gebeurt naar mijn mening nog steeds te weinig in onze sector. Een voorstelling over een sterke vrouw. Geschreven door een vrouw, gemaakt door een vrouw en gespeeld door een vrouw. Ik ben blij dat ik met deze voorstelling kan bijdragen aan een positieve beeldvorming voor vrouwen.

Meer over de voorstelling & tickets

Gepost door: Marlou Kusters





Terug naar overzicht