Programma

Onzichtbaar in Eemnes - schrijver Marjoleine Oppenheim

vr. 6 maart 2020

‘De theelepeltjes liggen in het kleine vak van de bovenste la’, zei m’n vader zonder op te kijken. Hij las zijn krant. Ik trok de keukenla van bruin gebeitst schrootjeshout open, stroef ging het: etensresten van jaren hadden de glijders opgedikt. Ik trok harder. Met een schok schoot de la los en kletterde de helft van het bestek op de vloer. Ternauwernood ving ik de la met m’n knie op.

‘Sorry, sorry’, zei ik.

‘Hé verdorie. Je ruimt het wel allemaal weer terug in de juiste vakken hè, anders zoek ik me straks rot’. Mijn vader sloeg een pagina van de krant om. Driftig, hoorde ik aan het geluid. Ik hield m’n adem in. Met moeite schoof ik de la terug. Bukte me. Vlak bij zijn voeten was ik. De slanke enkel stak bloot boven zijn Mephisto’s uit. Ik schraapte voorzichtig de lepels en vorken om zijn stoel bij elkaar. Mijn blik viel op een lepel met een kromgebogen handvat. ’T Is niet waar, dacht ik, m’n kinderlepel van vroeger; wat leuk dat hij die bewaard heeft. Met alles in mijn handen stond ik weer op. Rangschikte met zo weinig mogelijk geluid het bestek weer terug in de keukenla. De lepel hield ik bij me. ‘Suiker?’ vroeg ik.

‘Oh, nee, ik vergis me: je drinkt je thee zonder suiker hè?’ Hij vouwde langzaam z’n krant dicht. Keek me aan. Ik zette het theeglas voor hem neer en ging aan de kleine eettafel tegenover hem zitten. Schoof een stapeltje getypte, gevouwen en beduimelde papiertjes opzij zodat ik m’n theekop kon neerzetten.

‘Kijk eens wat ik vond in de la, of eigenlijk, op de grond,’ ik knipoogde naar hem en hield de lepel omhoog. ‘M’n zij-lepel. Leuk dat je die hebt bewaard al die tijd. Ben ik via de keukenla toch een beetje in je buurt gebleven’. Hij keek me bevreemd aan. Ik hield de lepel dichterbij zijn gezicht Misschien zag hij het niet goed? ‘Goh, zei hij, die heb ik al in geen jaren gezien, nooit geweten dat hij in die la lag’. Hij sloeg zijn krant weer open. Hij zag me niet. Nooit gezien ook.





Terug naar overzicht