Programma

#Mozaïekinhuis met: acteur en regisseur Soufiane Moussouli

zo. 5 april 2020

 

 

Soufiane Moussouli:

‘de vijand is degene wiens verhaal je niet kent’

 

Soufiane Moussouli (1987) is acteur en regisseur. De fijne kneepjes van het vak leerde hij in Amsterdam bij theatergezelschap De Gasten. Inmiddels maakt hij furore met zijn derde solovoorstelling Volgens Mij Ben Ik Een Jood. Als reporter van Podium Mozaïek interviewde ik hem over zijn werk, zijn drijfveren en zijn dromen. Lees hieronder het interview of bekijk het gesprek via ons YouTube kanaal!

 

Wat was jouw eerste ontmoeting met het toneel?

‘Oh, wow, dan moet ik echt terug naar groep 3. Toen deed ik mee aan playbackshows. Maar het eerste échte toneel was met de eindmusical. Ik ben gewoon naar meester Willem toegelopen en heb gezegd: ‘ik wil meer spelen dan een boom.’ Nadat ik de eerste paar zinnen van het script deed, kreeg ik de hoofdrol.’

Hoe ben je van die eindmusical bij De Gasten terechtgekomen?

‘Ik was totaal gegrepen door de eerste show van Najib Amhali, Veni Vidi Vici. Ik ben eerst begonnen met stand-up comedy in Lelystad. Een paar jaar later stond ik op het verzoek van Peter Faber in diens voorprogramma. Tijdens die voorstelling zaten de artistiek leiders van De Gasten op de eerste rij. Na die show kwamen ze naar me toe en zeiden: schrijf je in!’

Ben je daarna meteen begonnen aan je eigen voorstellingen?

‘Ik heb vier jaar lang bij De Gasten gezeten en in drie producties gespeeld. Daarna deed ik mee aan een afstudeervoorstelling en een show met het Amsterdams Andalusisch Orkest, die gingen allebei in première bij Podium Mozaïek. In 2015 maakte ik mijn eerste solovoorstelling, 'Marokkanen Huilen Niet.’

‘Vorig jaar werkte ik samen met Het Zuidelijk Toneel. Pas toen kwam het besef: ‘wow, wat heb ik allemaal al gedaan!’ Daarvoor zei ik tegen iedereen: ‘geef me een podium, ik wil mijn verhaal vertellen.’ Ik wilde gewoon spelen, vlieguren maken, voorstellingen maken, experimenteren. Een let’s go for it houding.’

Jarenlang heb je dus alles gegeven. Wat zijn je drijfveren?

‘Maatschappelijke vraagstukken, maar ook mijn eigen achtergrond. Mijn eerste voorstelling, Marokkanen Huilen Niet, ging over in Nederland geboren Marokkanen. Hier ben je namelijk die ‘kutmarokkaan’, maar in Marokko ben je de ‘Europeaan’. Je leeft in twee werelden. Maar ik werd ook gewoon pissed door hoe men over Marokkanen dacht, ik móest gewoon een ander verhaal vertellen.’

‘In de tweede voorstelling, Gelukszoeker, vroeg ik me af: wat is geluk? We hebben het altijd over mensen die in Europa geluk komen zoeken. Maar kennen we de andere kant van het verhaal? Waarom komen mensen hiernaartoe? Ook dat was gebaseerd op mijn eigen leven: mijn neef had destijds de oversteek naar Europa gemaakt.’

‘Mijn laatste voorstelling, Volgens Mij Ben ik Een Jood, gaat over Joden en Marokkanen die elkaar zouden haten. Maar als je beter kijkt, zie je dat de Marokkaanse cultuur deels is gebaseerd op Joodse tradities. Dát is mijn drive: verhalen vertellen die we nooit bespreken omdat ze te gevoelig liggen.’

Je regisseerde voor het RRReuring Festival twee voorstellingen. Hoe ga je als regisseur om met het toneel?

‘Er zijn geen regels in het theater. In mijn regie zorg ik er alleen voor dat acteurs goed op het podium staan. De puurheid van de verteller moet behouden blijven. Als acteur probeer ik zelf ook altijd zo ver mogelijk te gaan. Ik stak ooit voor een volle zaal mijn middelvingers op, zo van: ‘fuck jullie, hoe jullie witte mensen mij zien!’ Als je choqueert, blijft het bij. Je kan naar de zoveelste Shakespeare gaan luisteren, maar mensen moeten je pijn kunnen voelen.’

Waarom kies je specifiek voor het toneel om jouw boodschap uit te dragen?

‘Voor films word ik alleen gebeld voor een rol als pizzakoerier of crimineel. Ik speelde in een aflevering van Penoza maar ik had welgeteld één regel tekst. Meteen daarna werd ik neergeschoten.’ Grinnikend: ‘Het is wel de beste sterfscène die je ooit zult zien! Ook ben ik gebeld om auditie te doen voor Mocromaffia. Met het oog op mijn afstuderen heb ik dat afgeslagen.’

‘Het mooie aan theater is de toegankelijkheid, voor een prikkie zit je in de zaal. Daarnaast is op de planken staan heel erg face-to-face, ik moet een uur lang mensen aan me weten te binden. Dat vind ik enorm uitdagend. Ik probeer daarom in mijn titels de aandacht te trekken. Zoals bij mijn nieuwste voorstelling: een Marokkaan die zegt dat hij een Jood is, huh? Hoe kan dat? Mijn liefde is theater, het staat voor mij écht op nummer een. Op de planken kan ik het beste mijn verhalen kwijt.’

Wanneer is een voorstelling voor jou geslaagd?

‘Als mensen iets opsteken. Na afloop van Volgens Mij Ben Ik Een Jood kwam er een man naar me toe. Hij zei: ‘ik wist niet dat ik op mijn 70ste nog nieuwe dingen zou leren, dankjewel.’ Dat greep me aan. Er kwamen zelfs Joodse mensen naar me toe, die zeiden me: ‘wow, dit wist ik niet, bedankt dat je dit hebt gedeeld!’ Als het publiek de noodzaak inziet van het delen van bepaalde verhalen, dan is een show écht geslaagd.’

Wat is het doel van je voorstellingen?

‘Ik heb nooit een doel voor ogen. Ik heb geen doelgroep, ik maak voorstellingen over wat ik wil vertellen. Het zijn wel altijd politieke stukken, daar speel ik op in. Het woord ‘Jood’ is bijvoorbeeld nog steeds een scheldwoord, dat maakt het vertellen van sommige verhalen zo belangrijk. Al bereik ik maar één iemand die zich na afloop wil openstellen, dan is mijn show geslaagd. Zo bezien heb ik tóch een doel: toeschouwers de wereld laten begrijpen en bruggen laten bouwen. Een Joods gezegde luidt: “de vijand is diegene wiens verhaal je niet kent.” Dat zit vaak in mijn achterhoofd.’

Heb je nooit gedacht: nu ga ik te ver?

‘Één keer. Toen ik bij Volgens Mij Ben Ik Een Jood een speech van Adolf Hitler liet zien. Maar dat is eigenlijk wat ik wílde, ik wílde choqueren. Bij alles wat ik vertel, sta ik er 100 procent achter. Dat bedoel ik met dat er geen regels zijn. Gewoon gaan, gewoon vertellen, gewoon doen. En dan zien wat eruit komt. Maar ik wil nooit mensen kwetsen, alleen de waarheid vertellen. Dát is theater, je moet kunnen schuren.’

Waar droom je nog van?

‘Een voorstelling maken over vriendschap. En wat er gebeurt als geld tussen jou en je vrienden komt. Maar dat is nog een vaag plan. Waar ik nu van droom, is een eigen film regisseren. Gelukszoeker zou ik graag willen verfilmen. Maar uiteindelijk is het tóch het leukst om op het podium staan en gewoon te spelen, dan kan je de beste verhalen vertellen.’

 

 

Sander van der Horst (1995) is masterstudent Colonial and Global History aan de Universiteit Leiden. Nu en dan schrijft Sander als reporter blogs en interviews voor Podium Mozaïek.

Gepost door: Sander van der Horst





Terug naar overzicht